Bron:  Jan Oonk
Artikel door:  Jan Oonk

 

Het departement Zelhem van de ‘Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’ is opgericht op 18 november 1912. Van meet af aan speelde het Nut een cruciale rol bij de modernisering en verbetering van het onderwijs, vanuit de gedachte dat ‘zonder eene goede opvoeding, de kinderen geen braave menschen, geene waare Vaderlanders, geene deugdzame Christenen kunnen worden’. Men beschikte over eigen drukkerijen waar school- en leerboeken tegen een betaalbare prijs werden gedrukt. Ook de oprichting van bibliotheken werd voortvarend ter hand genomen en er werden regelmatig lezingen gegeven.

In 1822 wordt het departement Doetinchem opgericht (in 1970 ter ziele gegaan), Zelhem volgt in 1857. Helemaal soepel komt het in Zelhem niet van de grond, want in 1871 wordt dit departement al weer opgedoekt. In 1912 wordt opnieuw een poging gewaagd en dit keer met meer succes. Anno 2003 behoort Zelhem met Winterswijk, Ruurlo, Lobith en Doesburg nog tot de enige actieve departementen in de Achterhoek.
Helaas is van zowel de eerste poging in 1857 als van het huidige departement het volledige archief verloren gegaan. Het enige dat rest is het notulenboek dat vanaf 1912 is bijgehouden en dat vertoont ook nog eens grote hiaten in de periode 1946-1976. Maar blijkbaar is aan de opheffing in 1871 wel een (financieel) smetje blijven kleven, want nog tijdens een van de eerste bijeenkomsten van het nieuwe Nutsdepartement op 10 maart 1913 wordt nog tijdens ‘een bij tijd en wijlen heftige discussie’ geïnformeerd naar de gelden en eigendommen van deze voorganger. De voorzitter zegt dat het het beste is de zaak maar te laten rusten en belooft namens het bestuur ‘dat zoo iets niet meer, door hun toedoen althans, gebeurt’.

De doorstart van het Nut in Zelhem is te danken aan de lezing die de heer J. Bruinwold Riedel uit Amsterdam op 29 oktober 1912 houdt voor de vereniging ‘Tot Onderling Nut en Genoegen’ in Zelhem, ‘omtrent doel en streven der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen’. Dat leidt al op 18 november tot de oprichtingsvergadering van het departement Zelhem. Voorzitter wordt burgemeester J.J. de Kempenaer, die onder meer zegt dat hij graag zijn beste krachten wil wijden aan een vereniging ‘die niet vraagt naar rang, stand of geloof’.
Twintig leden hebben zich dan al aangemeld en dat aantal zal snel stijgen tot 66 in januari 1915. In het eerste bestuur worden gekozen mej. W.G. Oldenhave, burgemeester J.J. de Kempenaer (voorzitter), landbouwer J.W.H. Bruggink (penningmeester), de kunstschilder H.E. Knaake en, na enig aandringen, J.W. Stapel (secretaris). De zustervereniging Tot Onderling Nut en Genoegen heeft dan inmiddels al toegezegd eenderde van haar financiële middelen af te willen dragen aan het Nut, wanneer deze het geven van leesavonden van haar overneemt. Bij de rondvraag neemt de heer J.A.B. Andriesen het woord en spreekt de hoop uit dat de oprichting van het departement Zelhem van het Nut ‘aanleiding mag geven tot meer geluk, meer welvaart en meer genoegen in Zelhem’.

1 Markt hoek Smidsstraat 1911 kl                  De Sociëteit op de hoek van de Markt en de Smidsstraat. Foto in kleur gemaakt door G. Knake.

Voor de bijeenkomst van 13 januari 1913 in de Sociëteit is als eerste spreker uitgenodigd de heer B. Klein Wassink uit Leeuwarden. Onderwerp van de lezing is ‘Leo Tolstoi, zijn leven en leer’. ‘Onder een ademloze stilte schetst hij in een gloedvolle causerie het leven, werken en strijden van den grooten Rus, waarbij telkens bleek, welk een vurig vereerder spreker van hem was. Hoewel vele van zijner theorieën niet kunnende onderschrijven, aldus spreker, is er toch veel in zijn leer en werken, dat ons tot nadenken kan stemmen en doen trachten zijn voetstappen in hoofdzaak te drukken’, aldus de notulen. Of Zelhem al rijp was voor een dergelijk revolutionair betoog, daaraan doet de volgende passage enigszins twijfelen. ‘Na een voordracht van ruim twee uur, waarbij de vergadering geen enkel woord ontging, eindigde de heer Klein Wassink, niet onder een daverend applaus, ….’, aldus de notulist, die daar evenwel snel aan toevoegt: ‘… daarvoor maakten zijn woorden te veel indruk’. Dat het verhaal blijkbaar nogal is aangekomen blijkt ook uit de volgende opmerking: ‘De voorzitter dankt dan ook, nadat de vergadering enigszins van hare aandoening bekomen is, op hartelijke wijze den spreker …’. 
11 Marktplein Zelhem 19 kl                       Het Witte Paard op de Markt. Foto in kleur gezet door G. Knake.

Het nieuwe Nutsdepartement in Zelhem gaat ook anderszins voortvarend van start. Op de volgende bijeenkomst bij A.J. Praastink (het Witte Paard), op 10 maart 1913, wordt al besloten tot de oprichting van een kinderzangschool en een volksbibliotheek. Het opzetten van een cursus boekhouden en de stichting van een volksleenbank, voorstellen die later dat jaar aan de orde komen, worden uiteindelijk wegens gebrek aan animo afgeblazen.
De heer D. Denkers, hoofdonderwijzer van de openbare lagere school (de vroegere Dorpsschool aan de Doetinchemseweg), leidt de commissie die de kinderzangschool van de grond moet tillen. In de commissie nemen ook zitting de heren Andriessen (hoewel hij ‘volgens zijn zeggen geen noot kent, zoo groot als een hooiberg’) en Knaake. Op 26 januari 1914 verzorgt Denkers samen met de kinderen van de zangschool een optreden voor het Nut, waarbij ‘de toehoorders onder de bekoring van de prachtig gezongen liederen’ waren. De zangschool was de redding van de avond, want de lezing van de heer Jurriaan over de Harz viel ‘voor 7/8 in ’t water, doordat de sciopticon voor de lichtbeelden niet in orde was’.
Eind 1915 is sprake van de opvoering van een kinderoperette door de zangschool. Ook in latere jaren verzorgt de kinderzangvereniging nog regelmatig een optreden voor het Nut, al dan niet in combinatie met de gymnastiekvereniging. Vanaf 1936 neemt G.J. Drost, opvolger van Denkers als schoolhoofd, de kinderzangvereniging onder zijn hoede. Tijdens de oorlog raakt het initiatief echter in het slop en na de bevrijding wordt de kinderzangvereniging nooit meer genoemd in de notulen.

8 Mies Oldenhave uitsnede klMies Oldenhave. Foto in kleur gemaakt door G. Knake.

Op de oprichting van een volwaardige volksbibliotheek werpt zich mej. Oldenhave, bijgestaan door mej. Bilderbeek uit Halle en de heren Denkers en Wijmenga. Mej. Oldenhave heeft op dat moment al het beheer over een voorlopige bibliotheek die, met financiële ondersteuning van het Nutsdepartement Doetinchem, is opgezet in de openbare lagere school in Zelhem. Daar blijft de nieuwe bibliotheek ook gevestigd. In het schooljaar 1915-1916 bedraagt het aantal lezers 54, die samen (in 14 uitleensessies) 773 boeken lenen. Het aantal boeken bedraagt op dat moment 259 en de conclusie is dan ook dat uitbreiding van dit aantal nodig gewenst is. In het schooljaar 1916-1917 worden al 1092 boeken uitgeleend. De uitgaven van de bibliotheek bedragen in dat jaar 75,86½ gulden, waar aan inkomsten 72,93 gulden tegenover staan. Vanuit de kas van het Nut wordt doorgaans een subsidiebedrag verleend voor de aanschaf van nieuwe boeken, oplopend van 5 gulden in 1915 tot 25 gulden in 1938.

In de loop van 1922 raakt de bibliotheek om een of andere reden in verval en wel zodanig dat in het schooljaar 1922-1923 de uitleen van boeken helemaal wordt stopgezet. In de notulen van de vergadering van 27 april 1923 valt te lezen: ‘Er wordt besloten om dezen zomer met eenige leden de bibliotheek weder in orde te brengen zoodat met Oktober weder met het uitlenen der boeken kan worden aangevangen.’ Dat is gelukt, al is het enthousiasme aanvankelijk sterk teruggevallen. In 1924 bedraagt het aantal uitgeleende boeken nog maar 367. Pas in het seizoen 1927-1928 wordt met 1184 uitgeleende boeken het oude niveau uit 1917 weer bereikt. Het treft dat men juist in 1927 honderd boeken heeft kunnen bemachtigen uit de nalatenschap van het opgeheven departement Zevenaar. Nu doet zich echter het probleem van ruimtegebrek voor. Een zekere heer Dijk meldt zich dan met een boekenkast die hij wel tegen een schappelijk prijsje ter beschikking wil stellen. Deze boekenkast is, ironie van het lot, nog afkomstig uit de nalatenschap van het ‘oude departement’ dat in 1871 ter ziele is gegaan. Ook in Halle is in 1927 overigens gestart met de uitleen van boeken. In 1933 wordt de bibliotheek van het opgeheven departement Hengelo overgenomen.

12 doetinchemseweg29                        De openbare school aan de Doetinchemseweg. 

Tot 1925 is de organisatie rond de bibliotheek in handen van mej. Oldenhave, daarna wordt dit overgenomen door het schoolhoofd Denkers. Hij blijft dit doen tot 1935, wanneer hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Zijn opvolger G.J. Drost neemt vanaf 1936 zijn taken over. Na de oorlog is de Nutsbibliotheek nog maar zelden onderwerp van discussie tijdens de jaarlijkse ledenvergaderingen, al blijft de band nog een tijdlang bestaan. Tot 1970, wanneer de Nutsbibliotheek opgaat in de openbare bibliotheek die dat jaar in Zelhem wordt gesticht. De Nutsbibliotheek strijkt de vlag met ere en op het toppunt van haar succes. In het voorlaatste seizoen van haar bestaan, 1968-1969, worden bijna 5.500 boeken uitgeleend. In het laatste jaar, voordat het doek definitief valt, overschrijdt dit aantal al de 7.000.

In 1924 wordt tevens besloten tot de oprichting van een gymnastiekvereniging, waarvoor de heer Bijlsma uit Doetinchem als leider wordt aangezocht. Vooral de huisarts E.H. van der Poest Clement (dan bestuurslid van het Nut en vanaf 1927 tot zijn dood in 1941 voorzitter) heeft zich daar hard voor gemaakt. In hetzelfde jaar wordt overigens ook vanuit andere hoek eenzelfde initiatief genomen, maar samenwerking ketst af op de eisen die de andere partij stelt. In november 1924 geeft de nieuwe gymnastiekvereniging een eerste uitvoering, samen met de zangvereniging. In 1932 telt de gymnastiekvereniging al 60 leden. Vanaf de oprichting is de heer J.W. Stapel als secretaris-penningmeester (na 1945 nog een tijdlang als vice-voorzitter) de centrale spil van de gymnastiekvereniging. Na de oorlog duikt voor het eerst de naam S.S.S. op, Sport Staalt Spieren. De relatie tussen het Nut en de gymnastiekvereniging wordt dan steeds losser. Vanaf 1946 gaat S.S.S. als zelfstandige vereniging verder en leidt anno 2002 nog steeds een bloeiend bestaan.

Op de vergadering van 8 juli 1929 wordt het bestuur uitgebreid met twee extra leden, omdat het Nut op het punt staat een nieuwe school te stichten in het Wolfersveen. Het principebesluit daartoe wordt die avond genomen. Sinds 1920 wordt het Wolfersveen, van oorsprong drassig en onbewoonbaar moerasgebied, in hoog tempo in cultuur gebracht. Het aantal pioniers groeit snel en de nieuwelingen vinden dat het tijd wordt voor een eigen school, omdat de afstand naar Zelhem erg groot is voor de schoolgaande jeugd. Men wil een openbare school en dient daartoe een verzoek in bij het gemeentebestuur. B&W en gemeenteraad zijn niet erg enthousiast en zien liever een school op christelijke grondslag verschijnen. Vele raadsvergaderingen worden eraan gewijd, maar de goedkeuring voor de openbare lagere school in Wolfersveen komt er niet. De bewoners wenden zich dan tot het Nut, in een poging via deze route een doorbraak te bewerkstelligen.

14 school                                                        NUT school Wolfersveen.

Op 28 november 1930 wordt er een speciale vergadering belegd door het Nut, gewijd aan de perikelen rond de nieuwe school. ‘Door tegenwerking van het gemeente bestuur is deze school niet tot stand kunnen komen, en is het bestuur van ’t Nut welke rechtspersoonlijkheid bezit als zoodanig genoodzaakt geworden een bijzondere neutrale school aan te vragen, welke bereids is toegestaan’, schrijft secretaris H. Dierssen (later zelf wethouder) in het notulenboek. De benodigde voorbereidingen zijn door het bestuur inmiddels al getroffen. De benodigde grond wordt van Gerhardus Martinus Wolsink, op Wossink te Halle gekocht voor een bedrag van 500 gulden (bij akte van 15 augustus 1930). In 1931 is de school gereed en per 1 april van dat jaar wordt met de lessen begonnen. Er wordt meteen een dependance van de bibliotheek ondergebracht, die zal worden beheerd door het nieuwe schoolhoofd Baljet.
Het werven van voldoende leerlingen, om het initiatief levensvatbaar te maken en te houden, was in die beginjaren een punt van aandacht. Zodra er ergens in Wolfersveen een zuigeling was geboren toog mevr. Baljet op pad om namens de Nutschool een kleine attentie te overhandigen, om zodoende alvast wat zieltjes te winnen voor de toekomst. Medio dertiger jaren wordt meester Baljet opgevolgd door meester Buddendorf. Later volgden een meester Brinkman, een meester Vellinga en (sinds 1977) meester Landeweerd. Door de teloorgang van het Nutsarchief zijn nadere gegevens moeilijk te achterhalen. In de notulen van 1946 wordt nog gemeld dat per 1 juli van dat jaar mej. Gerda Maria Wolsink uit Halle is benoemd tot onderwijzeres.

Rond 1975 is het aantal leerlingen aan de Nutsschool teruggelopen tot 23 en hangt het voortbestaan aan een zijden draadje. Met de benoeming van meester Landeweerd tot schoolhoofd (een van de eerste bestuursdaden van de nieuwe Nutsvoorzitter mevr. H.C. Laman Trip) wordt het tij echter gekeerd en wordt de opgaande lijn weer opgepakt. Tegenwoordig schommelt het aantal leerlingen rond de 85. Lange tijd was het Nutsbestuur tevens schoolbestuur. Sinds 1995 is de Nutsschool echter ondergebracht in een aparte stichting met een eigen bestuur.

De laatste ledenvergadering voor de Tweede Wereldoorlog vindt plaats op 12 oktober 1939, ten huize van W.G. Berendsen (het vroegere Roode Hert). In de marge van de notulen tekent het naderende onheil zich al af. ‘Aan de hier liggende militairen zal gelegenheid worden gegeven gratis boeken te lezen, terwijl zij ook Nutsavonden gratis zullen kunnen bijwonen’, zo valt te lezen. Ook de gymnastiekvereniging ondervindt de gevolgen van de mobilisatie. ‘De verschillende klassen zijn goed bezet, doch de herenafdeling moest tijdelijk worden opgeheven.’
Na de inval van de Duitsers vallen ook de activiteiten van het Nut volledig stil. Vijf jaar lang vecht iedereen zijn eigen persoonlijke strijd en pas op 23 mei 1945 wordt via een buitengewone ledenvergadering de draad weer opgepakt. Voor het eerst in het gebouw van de Protestanten Bond, dat later (vanaf 1979) de vaste thuisbasis zal worden van de lezingen van het Nut. Over oorlogsleed wordt in de notulen van deze ‘eerste vrije vergadering’ van het Nut niet gerept. Later zal blijken dat oud-secretaris B. Jacob, net als zijn vrouw en drie kinderen, in een van de Duitse concentratiekampen is omgekomen. Voorzitter Van der Poest Clement is al in 1941 overleden en als opvolger wordt na de bevrijding gekozen notaris K.H. Veenstra.

Na 1946 treden er enorme hiaten op in het notulenboek. Alleen in 1952, 1956-1958, 1970 en 1973 duiken er wat losse aantekeningen op. Secretaris Drost (hij vervult die functie van 1939 tot in ieder geval 1973) noteert zijn verslagen blijkbaar elders. Het maakt het wel moeilijk om het reilen en zeilen van de vereniging in die jaren nauwgezet te reconstrueren. Pas in 1976 pakt de nieuwe secretaris G.J. Oosterink (hoofd van de nieuwe openbare lagere school, de huidige Jan Ligthartschool) de draad weer consequent op. Het Nutsdepartement beleeft in die jaren haar glorieperiode. In 1972 wordt het maximale aantal van 169 leden bereikt. Daarna treedt, net als elders in het land, geleidelijk een proces op van terugval en vergrijzing. Anno 2002 telt het Nutsdepartement Zelhem nog ruim tachtig leden. In zekere zin is het Nut slachtoffer van haar eigen succes. Democratische rechten zijn gemeengoed geworden en wie ‘zucht en reikhalst naar wijsheid’ kan tegenwoordig onmetelijk veel kanalen aanboren.

Literatuur
Notulenboek Nutsdepartement Zelhem
‘Patriotten en bevrijders’, Simon Schama (1977)
‘Om het algemeen volksgeluk’, gedenkboek ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (1984)

 

Zie voor de voorgeschiedenis het artikel, het kasboek van het Departement Zelhem

 

De besturen

Voorzitter
J.J. de Kempenaer (burgemeester) 1912-1920 (wordt bestuurslid)
H.E. Knaake (kunstschilder) 1920-1922
J. Grashuis (dierenarts) 1923-1924 (wordt bestuurslid)
D. Denkers (schoolhoofd) 1924-1926
C. Schaap 1926-1927
E.H. v.d. Poest Clement (huisarts) 1927-1941
K.H. Veenstra (notaris) 1945-1957

Secretaris
J.W. Stapel 1912-1915
E.H. v.d. Poest Clement 1915-1917
A. Klaver 1917-1918
B. Jacob 1918-1924
G. Verbeek 1924-1928
D. Denkers 1928-1929
H. Dierssen 1929-1939
G.J. Drost 1939-na 1973

Penningmeester
Joh.H.W. Bruggink 1912-1956 (!)
Terwijl om hem heen de samenstelling van het bestuur voortdurend wisselt, vooral in de twintiger jaren, blijft Bruggink vierenveertig jaar onverstoorbaar op zijn post, tot 1956.

Bestuursleden
Mej. Oldenhave 1912-1920
H.E. Knaake 1912-1920 (wordt voorzitter)
D. Denkers 1920-1924 (wordt voorzitter) 1945-
J.J. de Kempenaer 1920-1921
J. Grashuis 1921-1923 (wordt voorzitter)1924-1935
G. Buurman ? -1925
E.H. v.d. Poest Clement 1924-1927 (wordt voorzitter)
C. Schaap 1925-1926 (wordt voorzitter)
J. Enklaar 1926-1931
J.P. de Tiemerij 1929-1936
Haadsma 1929-1931
Mevr. Tiecken 1931-1956
H. Abrahams 1931-1945
K.H. Veenstra 1935-1945 (wordt voorzitter)
H. Beunk 1936-1956

Samenstelling bestuur anno 2003
Mevr. H.C. Laman Trip – Nuboer voorzitter (sinds 1976)
Mevr. G.W. Oosterink secretaris
Dhr. G.H. Hemink penningmeester
Dhr. J. Kielema lid
Dhr. E.J.G. Vleemingh lid

‘De eenige dame …’
De aanwezigheid van mej. W.G. Oldenhave (bekend als Tante Mies) in het eerste bestuur van het Nutsdepartement Zelhem is anno 1912 blijkbaar nogal opmerkelijk. Op de oprichtingsvergadering is sprake van drie vrouwelijke leden, die echter alle schitteren door afwezigheid. Op de huishoudelijke vergadering van 10 maart 1913 bij café Praastink verschijnt mej. Oldenhave echter als eerste vrouw daadwerkelijk ten tonele, tenslotte was ze (ondanks haar eerdere afwezigheid) als bestuurslid gekozen. In de notulen is het als volgt vastgelegd: ‘De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, inzonderheid richt hij het woord tot de eenige dame, Mej. Oldenhave, die het heeft aangedurfd, daar het te voorzien was, dat op deze vergadering geen vrouwelijke leden zouden komen, om toch ter vergadering te verschijnen en zoodoende blijk geeft hart voor de zaak te hebben, waardoor ze veel heeren tot voorbeeld kan strekken, om mee te werken aan het goede doel.’ Secretaris J.W. Stapel heeft er zijn mooiste volzin voor uit zijn pen geperst.

 

Nut

Krantenartikel uit Algemeen Handelsblad 13-10-1896

 

Nut



Bestuur 2022

Het bestuur van het Departement Zelhem wordt gevormd door:

Voorzitter
Ben Radstake
tel. 0314-631410

Secretaris
Bas Andeweg
tel. 0314-870028

Penningmeester
Anneke van der Woude
tel. 0314-620165

 

Algemene leden 

  • Hans Bessem
    tel. 0314-624921

  • Cees Corts
    tel. 0314-625227
      
    Piet Bisschops
    tel. 0314 622426