Lüdovicus en de Wodanseik in 801                                    

Door Derk Jan Bovenmarsch                                                                                           www.oudzelhem.eu

Lüdo was de jongste zoon van een rijke, duitse graaf met een landgoed in de buurt van Münster. En omdat het een grote eer was dat één uit het geslacht priester werd, werd hij naar een klooster gestuurd om daar te gaan studeren en kreeg de naam Lüdovicus. Er werd niet alleen gestudeerd maar hij leerde er ook en vak. Hij werd timmerman, meubelmaker en beeldhouwer. De beste van allemaal.

Op een dag kwam Ludger het klooster bezoeken om hem en anderen in het priesterambt te bevestigen. Wat hem meteen opviel was het fraaie werk van Lüdovicus. Ludger was bezig een gemeente te stichten in Salehem. Dat was een klein dorpje in een ruig en ruw oord. De bevolking was er nog grotendeels ongekerstend. Het lag geïsoleerd tussen moerassen en heidevelden. Lüdovicus kreeg van Ludger de opdracht daar een kapel te bouwen. Hij ging op weg met een zak gereedschap en een zware bijl in de riem van zijn pij gestoken. Ludger had hem uitgelegd waar het ongeveer lag, maar de weg er naar toe was toch moeilijker dan Lüdovicus gedacht had. Hij moest naar het westen en liep meestal 's nachts om zich op de sterren te kunnen oriënteren. Dat was makkelijker dan overdag met de zon. Maar ook gevaarlijker. Hij werd eens door twee struikrovers overvallen, maar zijn bijl was niet alleen gereedschap, maar ook een machtig wapen in een geoefende hand. Hij had ze op de vlucht weten te jagen. Een enkele keer kon hij een stuk meerijden op een boerenwagen en vroeg dan steevast aan de voerman waar Salehem lag, maar niemand had daar ooit van gehoord. Zo trok hij min of meer op goed geluk verder.

Op een heldere, door de maanverlichte nacht, kwam hij bij een enorme eik terecht. Zelfs vijf volwassen mannen zouden hem niet kunnen omvatten. Lüdovicus begreep meteen dat dit een Wodanseik moest zijn geweest. Deze was vergeten om te hakken, of de streek waar hij zich nu bevond, was zó afgelegen dat niemand er van wist. Onder deze boom werden in de heidense tijd ter ere van Wodan, ook wel Witt genoemd, samen met zijn vrouwen, de Witte Wieven, ceremoniën gehouden.


Bijlmonument met aanduidingPlaats van het bijlmonument Wodanseik. Halsedijk hoek Landeweerweg. Foto: Google

Verwonderd stond Lüdovicus naar de zware stam te kijken en liep er een paar maal omheen. Zware takken staken af tegen de lichte hemel. De kroon was enorm. Hij had wel eens van dergelijke bomen gehoord, maar er zelf nooit één gezien. Die waren voor zijn tijd allemaal omgehakt. Het waren voor de christenen immers tekenen van heidense rituelen. Hij liep eens naar de rand van de grote kroon en zag daar eikels hangen zo groot als pruimen. Veel groter dan aan de binnenste takken. Die hadden zeer zeker een speciale betekenis gehad bij de verering van Wodan. Lüdovicus kreeg steeds meer ontzag heidense boom, maar hij moest omgehakt worden. Alles wat aan Wodan herinnerde moest verdwijnen. 't Was nog vroeg in de nacht, dus hij kon best even uitrusten onder het bladerdak. Maan en sterren keken tussen de open plekken door. Een klein briesje deed de bladeren ritselen. Het leken stemmen die spraken in een onbekende taal. Terwijl de wind iets aanhaalde werden de stemmen steeds luider. Lüdovicus wilde slapen, hij was moe van de lange voettocht, maar de onbekende stemmen hielden hem wakker. Soms dacht hij witte sluiers tussen de bladeren te zien. Toch Witte Wieven? Hij begon te twijfelen of ze soms toch echt bestonden en met elkaar spraken. Maar die zondige gedachte zette hij van zich af. Het waren gewone nevelslierten. Hij werd er kriebelig van en op het laatst kwaad. Hij kon ze misschien verdrijven door de boom een flinke klap met zijn bijl te geven. Hij haalde de bijl aan en sloeg hem zo krachtig mogelijk in de stam.


Wodanseik Het monument van de Wodanseik. Foto. bomentijd.nl

Toen werd het plotseling windstil. De stemmen zwegen en de nevelslierten verdwenen. Maar toen gebeurde er iets wonderlijks, iets angstaanjagends. De hemel trok dicht met dreigende, pikzwarte wolken. Een sterke draaiwind cirkelde rond de kruin van de boom. Eronder bleef het windstil. Fluitend ranselde de wind de buitenste takken. Nevelslierten met zich meevoerend. Het was alsof de stemmen er zich bijgevoegd hadden en sloegen dreigende taal uit. Ook Donar maakte zich kwaad dat de boom van zijn collega bedreigd werd. Hij slingerde zijn hamer met donderend geweld tegen de wolken zodat lange vuurstralen eruit spatten.

Lüdovicus werd bang. Waren dit normale natuurverschijnselen of had hij ze opgeroepen met zijn bijl? Hij pakte zijn gereedschapszak en wilde zo snel mogelijk onder deze boom vandaan. Maar aan de rand van de kroon gekomen, werd hij door de woedende, loeiende wervelwind tegengehouden. Deze nam hem vierkant op smeet hem weer onder de boom. Hoe lang zou dit nog duren? De storm, het gedonder van Donar en de pikzwarte duisternis?

Hij was onder tegen de stam terechtgekomen en bleef daar versuft liggen. Hij stond op, knielde toen en riep in zijn angst Sint Lambertus (de schutspatroon van zijn geboorteplaats) aan. Het was alsof die hem beval om op te staan. Dat deed Lüdovicus en stootte gemeen zijn hoofd. Hij tastte omhoog en had de steel van de bijl in zijn handen. Hij hoorde plotseling een zachte stem achter zich. ‘Trek de bijl uit de boom.’ Even verstarde Lüdovicus. Was dit weer een heidens gebeuren?

Daar stond een oude man in witte kleren met een kruisbeeld in zijn ene en een staf in zijn andere hand,. Hij werd door een geheimzinnig licht www.mijngelderland.nl Pagina 2 van 2 omstraald en droeg een aura. Dit moest Sint Lambertus zijn die hem te hulp kwam! ‘Trek de bijl uit de boom.’ zei hij nog eens. Lüdovicus probeerde wat de heilige hem gezegd had, maar hoe hij ook trok en wrikte, de bijl zat muurvast. Toen kwam de lichtomstraalde heilige dichterbij, raakte met zijn staf de bijl aan, en zie het zware stuk gereedschap viel met een plof op de bosgrond. Meteen ging de wervelstorm liggen. De zwarte wolken verdwenen en maan en sterren werden weer zichtbaar. De heilige liep naar de rand van boomkruin en knielde terwijl hij Lüdovicus wenkte. ‘Zie je deze gaten, mijn zoon? Daarin zijn de grote eikels gevallen. Duw ze zo ver weg als de staf lang is in de grond. Twaalfhonderd jaar zullen ze hier rusten zodat ze geen bijgeloof meer kunnen stichten als de Wodanseiken. Na 1200 jaar zullen ze dan juist de mensen geluk brengen’. Nadat hij nog gezegd had: ‘volg de staf’, verdween de heilige net zo geheimzinnig als hij gekomen was. De staf in Lüdovicus handen achterlatend. Deze keek er verwonderd naar. Er was niets bijzonders aan te zien. Gewoon een stok uit het bos. Maar als iets van een heilige, moest het wel bijzonder zijn.

Hij ging meteen doen wat Sint Lambertus hem gezegd had: hij duwde met de staf de kring van alle grote eikels zo diep mogelijk in de bodem. Twaalfhonderd jaar zou het duren voordat het weer bomen waren. Hij legde zich eindelijk te ruste, doodmoe van alles dat hij had meegemaakt. De staf naast hem. Toen hij de volgende morgen wakker werd, leek alles weer normaal. Hij pakte zijn gereedschapszak, stak de bijl weer achter de riem, wilde de staf pakken en zag tot zijn grote verwondering dat er drie blaadjes aan de top gegroeid waren. Hij draaide de staf om en om maar de blaadjes bleven steeds in dezelfde richting wijzen. ‘Volg de staf.’ had de heilige gezegd. Hij was verdwaald, maar de staf zou hem de goede weg wijzen. Maar voor hij vertrok, dankte hij de Heilige Lambertus. De staf zou ereplaats krijgen in de kapel!

Ludgerkerkje voor opening 61Foto Ludgerkerkje op voorgaande plaats. Nu bij museum Smedekinck. Foto: H.M. Somsen.

Hij kwam in Salehem aan en de blaadjes aan de staf verdorden. Toen de eenvoudige kapel af was, kwam Ludger om het in te wijden. Hij vroeg aan Lüdovicus, die inmiddels tot plaatselijke zieleherder benoemd was, aan wie de kapel dan wel gewijd zou moeten worden. ‘Aan Sint Lambertus.’ was het besliste antwoord van de priester.

En zo geschiedde.