Wegbeheer en bunkerdeksels

Dit artikel is reeds eerder gepublceerd in Kronyck jaargang 41 nr 163 juni 2017  Wegbeheer en bunkerdeksels door Bennie Eenink.
6 Bunker
Ooit konden wegen wel meer dan een kilometer breed worden. Later greep de overheid in, soms met bijzondere hulpmiddelen. Ook in onze familie kwam dat voor. Omstreeks 1960 kochten mijn ouders landbouwgrond van onze buren. De mannen van het kadaster kwamen om de nieuwe situatie van onze boerderij in kaart te brengen. Opa werd er ook bijgehaald want de mannen ontdekten iets vreemds. Achter onze boerderij bleek de toen nog naamloze zandweg niet overeen te komen met de kaarten die ze bij zich hadden. Over een lengte van ongeveer veertig meter lag de weg meer naast dan op de plek waar ze volgens de kaart zou moeten liggen. Misschien dat opa wist wat er aan de hand was.


Bennie Eenink

Opa wist het niet, maar had wel een vermoeden. Hij was in 1916 ingetrouwd bij zijn
schoonouders en sindsdien was de weg altijd zo blijven liggen, maar het zou wel eens kunnen dat al eerder de weg was opgeschoven. Opa vertelde dat dat vroeger wel vaker gebeurde. Buurtbewoners probeerden de weg natuurlijk berijdbaar te houden, maar soms lukte dat niet. Ondanks alle zorg waren er plekken die in elke regen- en winterperiode grote problemen gaven. Volgens opa werd dat vooral veroorzaakt door de ondergrond, die daar ter plekke zo dicht was dat het water er niet of nauwelijks door kon zakken. En dat werd meestal veroorzaakt door de aanwezigheid van oer in de ondergrond. Opa noemde dat een ‘slechte vlekke’. Als er ruimte was, probeerde men om die plek heen te rijden en dat was waarschijnlijk ook bij ons gebeurd. Opa kon zich nog herinneren dat er meerdere ‘slechte vlekken’ zaten in wat nu de Marssestraat heet. Omstreeks 1935 waren in het kader van de werkverschaffing de hoge kampen in de omgeving afgegraven en met het zand waren de wegen verbeterd en daarmee waren de problemen opgelost. De mannen van het Kadaster klonk het niet vreemd in de oren. Dat op die manier de weg ‘een stukje aan de wandel was gegaan’, zoals zij dat noemden, kwamen ze wel vaker tegen. Door de aankoop van de grond van onze buren was het ook geen probleem omdat aan beide kanten van de weg de grond ons eigendom werd. Maar soms gaf dat wel grote problemen, als er sprake was van verschillende eigenaren.

Een kwart uur gaans Dat een zandweg tijdens het gebruik van plaats veranderde, was vroeger niets bijzonders. Door het gebruik werden de sporen van de wagens steeds dieper en daardoor minder goed te berijden. Om het probleem op te lossen waren er twee mogelijkheden; aanvullen met zand van elders of de weg een stukje opschuiven.
Aanvullen met zand van elders was bewerkelijk en duur. Soms lag er een onontgonnen perceel naast de weg en waren de eigendomsgrenzen niet al te duidelijk, zoals op de heidegronden. En dan koos men voor de simpele oplossing om naast de eigenlijke weg te gaan rijden. Afhankelijk van de bodemgesteldheid kon het zijn dat ook daar weer diepe karrensporen ontstonden. Als er beschikbare ruimte was om ernaast te rijden, kon zich dat zo een aantal keren herhalen. Het gevolg was dat de wegen op die manier wel erg breed werden. Dat was onder meer het geval op de Veluwe en in Drenthe.
Vroeger liep er van Doesburg een Hessenweg via Arnhem en Barneveld naar Amersfoort. In het jaar 1727 deden twee eigenaren van de heide bij Ede hun beklag bij de Landdag omdat de sporenbundel van deze Hessenweg op hun grond inmiddels een breedte van ‘een kwart uur gaans’ had gekregen, meer dan een kilometer breed dus.
De toestand was onhoudbaar, …alles werd ten onderste bovengereden en vernield…
De Landdag deed uitspraak en besliste dat de
weg niet breder mocht worden dan tien à twaalf roeden, dat komt overeen met ongeveer veertig meter.

Het Zand Dichter bij huis, op het landgoed Het Zand tussen Zelhem en Ruurlo, ligt een prachtig voorbeeld van een weg die ook ‘aan de wandel ging’.
De eerste foto laat de situatie zien van circa vijftig jaar geleden. Afhankelijk van de kwaliteit van de weg op dat moment reed men links of rechts langs de berken in het midden. De plek is er nu, in 2017, nog steeds. Maar de paaltjes langs het fietspad staan nu zodanig dat er geen grotere voertuigen langs de linkerkant kunnen.

                 Oude Ruurloseweg 1       Oude Ruurloseweg 2018

 Een foto van de situatie op Landgoed Het Zand omstreeks 1960. 
Een foto uit het Gemeente Kwartet Zelhem, een uitgave van de
Christelijke Harmonievereniging Prinses Juliana in Zelhem.

Dezelfde plek in januari 2016.  Foto: Bennie Eenink.

 

 
Zomerweg Soms was een weg over een grotere lengte zo slecht dat ernaast rijden geen oplossing was en daarom werd de weg, als het mogelijk was, maar een deel van het jaar gebruikt. Een voorbeeld daarvan is te vinden in Halle. Vanaf Hengelo loopt de Aaltenseweg onderlangs de hoge Halserug tot in de buurt van Heelweg. Daar komt de weg weer samen met de Landstraat. Vooral het gedeelte van de Kappenbulten tot Heelweg kon in de winterdag zo slecht zijn dat gebruik bijna onmogelijk werd. Met andere woorden; de weg werd voor doorgaand verkeer eigenlijk alleen in de zomer gebuikt en daarom werd ze in de volksmond ook wel de Zomerweg genoemd.
3 Bouwplaatsje Halle

De Zomerweg in Halle in een advertentie in de Graafschapbode van 21 september 1915

Bollenjan Lang niet altijd was het mogelijk om een weg beetje op te schuiven. Als de grenzen heel duidelijk waren, zoals in een dorp, was het alleen maar mogelijk de weg te verbeteren door er zand in te brengen. Om te voorkomen dat de weg daarna toch weer kapot werd gereden, werden er soms maatregelen genomen. Een praktische oplossing was het verkeer afwisselend links en rechts te laten rijden. En dat werd afgedwongen door het leggen van stukken hout op de weg.
Deze stukken hout werden ook wel aangeduid als ‘bollen’ of ‘blokken’. Deze werkwijze had echter alleen zin als het hout regelmatig werd verplaatst en het slechte gedeelte zonodig werd hersteld. In Halle had de gemeente dat werk uitbesteed aan een Jan Schuurman. Een in die tijd veel voorkomende naam in Halle. Het zal u dan ook niet verbazen dat deze Jan in Halle beter bekend was als ‘Bollenjan’.
4 Dorpstraat met CoopsOmstreeks 1917 is de weg van Zelhem via Halle en Varsseveld naar Sinderen verhard. De foto op de vorige pagina van de molen en het huis van Coops zal voordien zijn gemaakt want de ‘bollen’, rechts van de weg, zijn goed te zien.
(FOTO: WWW.OUDZELHEM.NL)

5 Dorpstraat Halle Groeten uit Halle

Ook op deze oude foto van Halle zijn de ‘bollen’, links en rechts op de weg, goed te zien. Vanaf de huidige kruising Dorpsstraat, Fortstraat/Kerkstraat kijken we richting Varsseveld. (FOTO: WWW.OUDZELHEM.NL)

 

Stuk van bunker Het zal een van de eerste keren zijn geweest dat ik mee mocht naar de markt in Doetinchem. Voor mij als klein jongetje was dat een ware ontdekkingstocht. Onderweg was er van alles te zien, zoals het kerkje in de Slangenburg en nog mooier, kasteel Slangenburg. Dichter bij huis zag ik ook iets bijzonders. In buurtschap Nijman, op de T- splitsing van de Stadsheidelaan en de Westendorpseweg, lag een grote betonnen, bolvormige schijf met ijzeren beugels. Wat zou dat zijn? Opa was niet zo ver daarvandaan geboren en hij zou er vast wel meer van weten. Opa vertelde dat die steen daar waarschijnlijk ooit door de gemeente Doetinchem was neergelegd om te voorkomen dat de boeren met hun karren de bocht steeds meer zouden afsnijden. Dat deden de boeren soms om een ‘slechte vlekke’ in het midden van de kruising te vermijden. Het gevolg was dat die kruising (of driesprong) steeds groter werd ten koste van de grond van de gemeente of aanwonenden. En die plaatsten als reactie soms obstakels om hun bezit te beschermen. Opa wist het niet zeker, maar hij dacht dat de gemeente Doetinchem die betonnen plaat daar ooit had neergelegd. Volgens hem waren die dingen er niet speciaal voor gemaakt, maar waren het stukken van een Duitse bunker uit de oorlog. Meer wist opa er ook niet van.

 Kochbunker In Kronyck nummer 124, juni 2007 publiceerde G.W. Velhorst een artikel met als kop ‘De verdwenen bunker op het landgoed Hagen’. Bij de werkzaamheden die nodig waren voor de aanleg en het doortrekken van de bestaande gracht rond havezate Hagen in Doetinchem (misschien beter bekend als Kasteel De Kelder) moest een kleine Duitse bunker worden opgeruimd. Het ging om een zogenaamde Kochbunker, een prefab constructie die snel en gemakkelijk gefabriceerd kon worden. In Doetinchem moest betonfabriek Tiecken deze bunkers maken. De Kochbunker werd in de herfst van 1944 voor het eerst ingezet. Door het combineren van de verschillende betonnen onderdelen was men in staat in korte tijd stellingen te maken voor observatie, gevechtsdoeleinden, verbindingen of simpelweg een veilig en beschut onderkomen voor mensen en materiaal.
Meestal werden de betonnen constructies grotendeels in de grond gegraven voor extra bescherming. Waar de naam vandaan komt, is niet duidelijk. Vaak wordt er verwezen naar een beruchte Duitse commandant, Erich Koch. Hij zou deze betonnen elementen als eerste hebben gebruikt in een verdedigingslinie. Een andere theorie over het ontstaan van de naam verwijst naar de vormgeving. De belangrijkste onderdelen, een betonnen buis met deksel, doen denken aan een kookpan met deksel, in het Duits
een ‘Kochtopf’. Toen ik de foto van die bunker bij het artikel zag, kreeg ik een vermoeden. Het deksel van die bunker, zou wel eens het ding kunnen zijn dat ik vroeger in de Nijman had zien liggen.
Pas veel later, in 2016, heb ik er met iemand over gesproken die al zijn hele leven in de Nijman heeft gewoond. Jan Ligterink, geboren in 1932, bevestigde mij dat er inderdaad een bunkerdeksel heeft gelegen op de T-splitsing van de Stadsheidelaan en de Westendorpseweg. Volgens Jan had er honderd meter verder, op de kruising van de Westendorpseweg met de Halseweg ook één gelegen. Jan kon zich dat nog goed herinneren. Toen hij jong was, kort na de oorlog, vormde dit deksel een geliefd ontmoetingspunt voor de jeugd uit de buurt. Jan wist zich ook nog te herinneren dat langs de grote weg van Doetinchem naar Westendorp, op de kruising Varsseveldseweg/Pinnedijk een derde exemplaar lag. Volgens Jan ging het alleen maar om deksels en zou er op die plekken geen bunker onder hebben gezeten. Wanneer ze zijn verwijderd en waarom kon Jan me niet vertellen.

Na de oorlog Velhorst vertelt in zijn artikel dat de bunker van landgoed Hagen in 2006 door de gemeente Doetinchem is geschonken aan het Achterhoeks Museum 1940-1945 in Hengelo (Gld). De collectie van het museum is in 2016 grotendeels ondergebracht in het oorlogsmuseum in Overloon. Maar onder meer de Kochbunker is in Hengelo gebleven. Op de plek waar deze al veel langer stond, naast de ingang van het voormalige museum. Volgens Jean Kreunen is deze bunker inderdaad gemaakt door Tiecken Beton. Dat blijkt uit een merkteken dat zich aan de binnenkant bevindt. Doetinchem was een belangrijk knooppunt voor de Duitsers; treinen, trams, hoofdwegen, de Oude IJssel, alles kwam hier bij elkaar. En daarom werden aan het eind van de oorlog in en om Doetinchem veel verdedigingswerken gebouwd. Daarbij waren ook heel wat combinaties van loopgraven met Kochbunkers. Jean Kreunen schat dat er destijds rond Doetinchem meer dan zeventig Kochbunkers zijn geplaatst.

 6 BunkerDe Kochbunker voor het voormalige Achterhoeks Museum 1940-1945. (FOTO: JEAN KREUNEN)

Doetinchemmer Karel Berkhuysen weet ook veel van de bunkers. Op grond van de nieuwste archeologische kaarten houdt hij het op ‘vele tientallen Kochbunkers rond Doetinchem’. Wat moet je met al die bunkers? Op het Doetinchemse gemeentehuis zal men zich dat na de oorlog ongetwijfeld hebben afgevraagd. En waarschijnlijk is er toen iemand op het idee gekomen om de deksels te gebruiken om het verkeer in goede banen te leiden. Een oplossing met alleen maar voordelen. De gemeente Doetinchem raakte verlost van de oorlogstroep en er hoefde op die manier nauwelijks kosten te maken om de verkeersdeelnemers op het juiste pad te houden. Hoeveel bunkerdeksels er zijn gebruikt voor dit doel is niet bekend. Het is in elk geval zeker dat het er heel wat meer zijn geweest dan de drie die worden genoemd door Jan Ligterink. Ook Karel Berkhuysen kan zich herinneren dat er tot in de jaren zestig op meerdere plaatsen rond de stad Doetinchem bunkerdeksels als verkeersregelaars lagen.

Opgeruimd Het lijkt erop dat de Doetinchemse bunkerdeksels ergens in de jaren zestig door de gemeente zijn verwijderd. Waarom is niet te achterhalen, maar er zijn wel wat aanwijzingen. Jean Kreunen sprak ooit een bezoeker van zijn museum die vroeger bij de gemeente Doetinchem had gewerkt. En die vertelde dat de bunkerdeksels waren weggehaald omdat ze te groot en daarmee onpraktisch waren. Waar nodig had men ze toen vervangen door zogenaamde varkensruggen, een staaf beton met een ronde bovenkant. Het blijft gissen, maar misschien had het er ook mee te maken dat veel zandwegen in de jaren zestig zijn verhard. Het risico dat het verkeer naast de weg zou gaan rijden, werd daarmee sterk verminderd. En dus werden de bunkerdeksels voor dat doel overbodig. Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat men bij de gemeente domweg was uitgekeken op deze oorlogssouvenirs en heeft besloten om ze allemaal maar weg te halen. Begrijpelijk, maar toch ook wel jammer, want met het opruimen van de bunkerdeksels is weer een stukje Doetinchemse historie verloren gegaan. Waar overal bunkerdeksels lagen, wist men blijkbaar bij de gemeente niet. Want begin jaren negentig is er nog sprake van een melding bij de gemeente dat iemand in de wijk De Hoop met de auto op een bunkerdeksel is gebotst die onzichtbaar was door het lange gras. Dat bunkerdeksel is daarna alsnog verwijderd door de gemeente.

De laatste bunker Bij de aanleg van de Oostelijke Rondweg in Doetinchem, in 2014, kwamen ook resten van Kochbunkers te voorschijn. De vondsten bestonden uit een complete bunker, een los deksel en ook nog een onderste gedeelte zonder deksel. De complete bunker is op de oorspronkelijke plek bewaard gebleven en bevindt zich nu tussen het fietsviaduct over de Oostelijke Rondweg en de Rembrandtlaan.

 
Volgens Karel Berkhuysen is dit, voor zover nu bekend, de enige nog aanwezige Kochbunker in de gemeente Doetinchem. Na de aanleg van de rondweg is bij de bunker een overdekte ontmoetingsplaats met zitbank gecreëerd. En in het voorjaar 2017 wordt hier ook een informatiebord geplaatst. De tekst op dat bord is gemaakt door Karel Berkhuysen.

7 ontmoetingsplek met bunker

Boven de ontmoetingsplek met rechts naast het muurtje de bunker.
8 Bovenkant Kochbunker Doetinchem
De bunker is compleet, maar alleen het deksel is te zien.

 

Met dank aan: Karel Berkhuysen, Jean Kreunen en Jan Ligterink.
Schriftelijke bronnen:
- Beknopt statistiek overzigt der wegen op de Veluwe op den 1sten januarij 1859 – J.A.J Sloet in het Tijdschrift voor Staathuishoudkunde en Statistiek 1859.
- Doorgaande wegen in Nederland, 16e tot 19e eeuw – F.H. Horsten.
- Kochbunkers in de tuin van Museum Arnhem. Een historisch onderzoek naar een archeologische waarneming van resten uit de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog - M. Reinders (met bijdragen van L. van Midden en S. van Dorst).
- www.oudzelhem.nl.

Websiteopmaak: H.M.Somsen.