Aan dit artikel werkten mee:  

 

 

Op 22 januari 1856 krijgen G. Buursink en D. Berendsen een hinderwetvergunning om aan de Zevenweg tegenover elkaar elk een molen te bouwen. Deze molens zijn er echter niet gekomen. Wel is er een molen gebouwd op perceel N1302. Mogelijk hebben Buursink en Berendsen de afspraak gemaakt dat er maar een molen gebouwd zou worden. En dat is de molen van Buursink geweest op de huidige locatie aan de Doetinchemseweg 62.

Het is een achtkantige beltmolen geworden met inrit. De molen was van het type bovenkruier, gedekt met houten spanen. De houten spanen hebben een dikte van circa 1 cm, zijn circa 10 cm breed en 20 of 35 cm lang. Ze zijn door molenmaker H.H. Kreeftenberg uit Varsseveld van onderuit aangebracht en hebben elke 10 cm hoger een volgende laag, zodat er een 3 cm dikke eiken laag ontstaat, die de tand des tijds kon doorstaan. De molen stond op een markante plek bij de ingang van Zelhem aan de Doetinchemseweg, ter hoogte van de Brinkweg op ongeveer 500 meter ten zuidzuidwesten van de Lambertikerk. 

De molen stond ook bekend als de molen in de Stikken. Molenaar Scholten, die de vader was van de stichter van de molen in de Wittebrink, heeft op deze molen gemalen. Later zijn Gerardus Buursink (1805-1891) die deurwaarder en koopman was en daarna ook zijn zoon Gerrit (1841-1895), schilder en koopman, eigenaar geweest van de molen. Gerrits zoon Gerhardus (1872-1946) krijgt op deze korenmolen zijn opleiding. Hij trouwde in 1904 met de molenaarsdochter Hendrika van Dam van de Markelose windkorenmolen De Hoop. Ook in Markelo kreeg men dus een Buursinks molen.

Een andere zoon was Herman Teunis (1879-1956), die van beroep broodbakker was in de Smidsstraat (nu nummer 13). De familie Buursink woonde zelf op Smidsstraat A14/A89, het latere huisnummer 22-24. Een huisvriend van de familie Buursink was W.L. Bouwmeester, die ook een schilderij maakte van de Buursinkmolen. Na het overlijden van Gerrit Buursink in 1895 wordt G.J.J. Gussinklo eigenaar van de molen.

Op 18 juni 1903 is er aan hem een hinderwetvergunning afgegeven voor het oprichten van een petroleummotor in zijn molen. Op 3 maart 1909 ontvangt Berend Hendrik Kleinhesselink een hinderwetvergunning aansluitend op de vergunning die is verleend aan Gussinklo. De molen is in 1921 afgebroken. Diverse onderdelen zijn verwerkt in de “Benninks molen” in IJzevoorde bij Doetinchem. De laatste molenaar aldaar was Helmink. Op 18-6-1903 krijgt Gerrit Jan Johan toestemming voor het plaatsen van een petroleummotor in windkorenmolen Dorp A101a, kadastraal N1302.

 

zelhem voetbal4

Waarschijnlijk een team van het oude Zelhem, deze foto zal omstreeks 1912 gemaakt zijn.

Foto van fam. H.W. Wesselink

 

omschrijving_historie

Op deze plek heeft de molen gestaan

Foto uit collectie van Willem Hartemink

 

omschrijving_historie

De romp van de Buursinkmolen maakt nu deel uit van de IJzevoordse molen.

Foto uit collectie Eef Oosterink