Wolfersveenweg - Gegevens

 

De nieuwe grondkavels van 1829 in het Wolfersveen.          
Luchtfoto:  Wolfersveen 1928

Zelhem- Na de aankoop van het Wolfersveen op 20 januari 1813 door de Erfmarkerichter G.J. de Leeuw van Coolwijk namens de Markegenoten van de Zelhemmer  - Hattemermarke, wordt op de eerstvolgende vergadering een directie van 4 personen benoemd, belast met de administratie en het dagelijks bestuur t.w.; dominee Derk Hummelink voor Zelhem, dominee Rutger Tobias Snethlage voor Hengelo en de beide maire’s (burgemeesters) Herman Becking voor Zelhem en Ambrosius Steenlack voor Hengelo.
Dominee D. Hummelink wordt in 1821 opgevolgd door Wessel Grutterink en burgemeester Steenlack door J.H. Galee uit Vorden.
In 1821 besluiten de Markegenoten van Zelhem en Hengelo, over te gaan tot een openbare veiling van de gronden.

De laatst verkochte gronden tussen de Maandag en de Tolhut, nodig voor de aanleg van de weg Ruurlo – Ziewent in 1820, geven de dijk van Separatie aan, als de grens tussen de spontane en geplande verkaveling. Deze dijk van Separatie wordt later als weg, de Veengoot genoemd.
Voor de veiling wordt op de tekentafel het gebied in 9 hoofdblokken van ca. 2 tot 3km verdeeld, waarbij de wegen met sloten al aangegeven zijn. Ieder blok wordt keurig in langwerpige stukken opgedeeld.
De openbare verkoop is geen succes, van de ruim 45hectare die te koop worden aangeboden, wordt slechts de helft aan overwegend Zelhemmers verkocht, tegen een totale som van fl. 265,00.
Voor de ontginning van het Halseveen melden zich veel Rooms katholieke kopers uit het naburige Marienvelde aan.

De verdeling van de overgebleven stukken grond vindt plaats via loting onder de Markegenoten op zaterdag 29 maart 1829. Tegen deze verloting komen in mei 1827 een aantal inwoners van Zelhem, gesteund door dominee Derk Hummelink, in verweer in een brief naar de koning, waarin zij aanvoerden dat de verdeling van de woeste gronden nadelig en onmisbaar zijn voor de laagste klassen, voor het aanleggen van de wintervoorraad turf en bemesting van het land. Het verzoek wordt afgewezen, straks zal het Heerenveen een welvarend gebied worden met vruchtbare ontginningen. Rond 1860 ontstaat er op grote schaal opsplitsing van kavels in het zuidoosten van het gebied voor nieuwbouw van boerderijen.

Baron J.H.A. van der Heijden uit Baak, had reed in 1822 ’t Zand het beboste stuifzandgebied ten noorden van het Wolfersveen aangekocht voor fl. 9000,00 en verzoekt om vrijstelling van loting en toedeling van 12 percelen in het noord westen die hier op aansluiten, waarop later, 2 nieuwe boerderijen worden gebouwd. De Baaksekamp, was een van deze boerderijen en werd genoemd naar de stichter! Deze gronden komen door vererving in 1868 in handen van de familie Von Twickkel uit Hengelo wonend op het Kervel.
Het westelijke gedeelte van het Wolfersveen blijft voorlopig kaal. Dit duurt tot de eeuwwisseling, als de wet op de grond belasting het mogelijk maakt om woeste grond te kopen en te ontginnen met een vrijstelling van grondbelasting voor een periode van 18 tot 28 jaar.

De eerste aanvraag tot ontginning in de Meene, die zich op het gemeentehuis meldde, was D.J. Somsen, die op 21-07-1899 een stukje grond achter het Pelikaans bos aan de Meeneweg kocht.
De tweede aanvraag uit 1900 was van M. Jacobs, die een stuk grond groot 8 hectare aan de Baaksekampweg koopt. Het stuk grond kreeg later de bijnaam “de Jodenwei”
In 1902 en 1903 wordt eerst door Abrahams, 12ha. ontgonnen gevolgd door G.W. Legters die 10 ha. in de Nijman ontgint.

Het loopt geen storm, van 1905 tot 1914 worden er jaarlijks 70 tot 100ha in cultuur gebracht.
Na de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 komt de ontginning en het stichten van nieuwe boerderijen pas op gang.

 

 


 

Meer in deze categorie: Wolfersveenweg - Foto's »