Landeweer
Oude benaming:
De Lantwehr (Kreynck)
Olde Lantweer
D 91 bouwland
D 92 huis schuur en erf
D 93 boomgaard
1822 Kadastrale kaart (L.C. Machen).
|
E) |
1646: Winolt Luckens (Kreynck) |
Verpondingsregister 1646-1650 in 't Rigterambt Zelhem, door Gerhardt Kreynck:
|
58-10-0 |
De Lantwehr. Winolt Luckens |
| 1829: | 363 | Frans Abraham Becking, logementhouder, en Gerharda Esselina Becking |
| 1840-1847: | 363 |
F.A. Becking en G.E. Becking †1844 Jacobus Christoffel Horsting en Hendrika Johanna Aleida Becking (dr.) |
| 1848-1850: | 363-G30 |
wednr. F.A. Becking †1851 (van G.E. Becking) J.C. Horsting en H.J.A. Becking gaan in 1848 op een der naastgelegen kavels, mede voor hun zoon Frank Abraham Horsting, een molen met woonhuis bouwen |
| 1851-1860: |
G30 G31 nw. |
J.C. Horsting † en H.J.A. Becking afbraak woonhuis en nieuwbouw Willem Wensink en Berendina Eenink |
| 1861-1870: |
G31-G23 "Landeweer" |
W. Wensink en B. Eenink vertr. naar G74 Derk Jan Wolsink en Hendrika Johanna Nibbelink komen van G61 resp. Wisch |
| 1871-1880: | G23 |
D.J. Wolsink en H.J. Nibbelink † hoeve brand af ca. 1880 |
| 1881-1900: | G23-G20 |
wednr. D.J. Wolsink (van H.J. Nibbelink) †1888 tr. Gerritjen Weenink Gerhard Willem Smeenk tr. wed. Gerritjen Weenink (van D.J. Wolsink) |
| 1901-1924: | G20 - G25 |
G.W. Smeenk vertr. naar G83? en G. Weenink †1901 Arend Jan Wisselink †1922 tr. 1903 met Hendrika Wolsink |
| 1925-1939: |
G30 - G33 - G43 "Landeweer" |
wed. Hendrika Wolsink (van Arend Jan Wisselink) zn. Derk Jan Wisselink en Gerdina Hemink ingeschr. 1931 |
| 1940-1964: | G43 | D.J. Wisselink en G. Hemink |
| 1965-0000: | Zieuwentseweg 2 |
D.J. Wisselink en G. Hemink J.A. Burghardt en G. Wisselink |
| 2009-0000: | Zieuwentseweg 2 | J.A. Burghardt en G. Wisselink |
Tolkampjen
De Pol
Boerderij- en Veldnamen in Zelhem (1998) Blz. 103 kaart 27/6
Evenals De Radstake was De Landeweer een Pleisterplaats aan de oude Hessenweg, die van Bocholt langs Aalten over de Romienendiek via Halle, Zelhem en Hummelo naar Doesburg voerde. Bij Halle lag de Landeweerdsche Tol, evenals de boerderij De Landeweer zo genoemd naar de oude landweg of weerwal, een met vrijwel ondoordringbaar houtgewas van scherpe doornstruiken begroeide wal die als verdedigingslinie die Halse Mark moest vrijwaren van overvallen. De situatie kunnen we goed in beeld brengen omdat die in 1643 goed in kaart is gebracht door Nicolaas van Geelkercken.
De bewoners van de boerderij/herberg De Landeweer zijn vele generaties lang opgetreden als tolgaarders van de Landeweerdsche Tol. Zij hadden de tol gepacht, bedienden de tol- of runneboom en inden het tolgeld.