Eenink
Oude benaming: Enninck, enink, Egerink
|
L 574 bouwland |
L 592 hakhout |
1822 Kadastrale kaart (L.C. Machen).
|
(E) |
1646: Harte Aegelinck (Kreynck) |
|
(P) |
1734: Berend Jolink trouwde Dersken Eenink en zij namen de boerderij Eenink over. Eerst werd het Berend Jolink op Eenink, en later Berend Eenink. (bron: stamboom Jolink) |
| 1829: | 229 | Gerrit Hendrik Bulten en Hendrika Obbink |
| 1840-1847: | 229 | Gart Hendrik Bulten en Hendrika Obbink |
| 1848-1850: | 229-E131 | G.H. Bulten en H. Obbink |
| 229- --- | Johannes Diederich Abrahams (smid) en Derkjen Bulten, vertr. naar A12--A41a, Bergstraat Dorp | |
| 1851-1860: | E131-E145nw | G. H. Bulten en H. Obbink. Na de brand in 1860 komt er herbouw op dezelfde kavel |
| 1861-1870: | E145-E172 | G.H. Bulten † 1863 en H. Obbink |
| --- -E172 | Johannes Cornelis Bulten tr. 1863 met Hendrika Bannink | |
| 1871-1880: | E172-E172 | J.C. Bulten en H. Bannink |
| 1881-1900: | E172-E167 | J.C. Bulten en H. Bannink |
| 1901-1924: | E167-E177-E167 | J.C. Bulten en H. Bannink, vertr 1901 naar Vorden |
| --- -E172 | Jan Bernard Bulten en Jantje Gerritsen, van D5 | |
| "Eenink" | Bernard Gerrit Hendrik Bulten en Derkje Ratelband vertr. 1913 naar Ambt Doetinchem | |
| 1925-1939: | E167-E177- --- | J.B. Bulten en J. Gerritsen †1927 |
| "Eenink" | B.G.H. Bulten en D. Ratelband komen van Amt Doetichem en vertr. naar "Rensen" Door blikseminslag en brand in 1929 is de boerderij vervangen door nieuwbouw op een tegenoverliggende kavel |
|
| --- -E177-E183 | G. Boenink en B.W. Berkelaar vanaf 1931 , komt van boerderij C2 "Weetink". (Doetinchemseweg 75) | |
| 1940-1964: | E183 | G. Boenink en B.W. Berkelaar |
| "Eenink" | zn. H.B. Boenink tr. 1959 met T.B. Luesink | |
| 1965-1997: | Wisselinkweg 6 | G. Boenink †1989 en B.W. Berkelaar †1981 |
| H.B. Boenink en T.B. Luesink vertr. nov. 1997 naar Hengelo | ||
| 1997-2006: | Wisselinkweg 6 | G.J. de Jong, tandarts, vertr. |
| 2006-0000: | Wisselinkweg 6 | M.S.F. Vellekoop, 'gastenverblijf Eenink' |
|
Hummelinks plakdreefken: hier werden de plaggen gemaaid voor de potstal. |
Verpondingsregister 1646-1650 in 't Rigterambt Zelhem, door Gerhardt Kreynck:
Enninck. Harte Aegelinck
86-6-8 Huys ende hof 1 sch. boulant 9 1/2 mlr. 3e gerve, 2 koewydens, slecht lant.
7-10-1 Pacht 5 dlr. vrij gelt.
Beswaer. 4 1/2 sch. Rogge. Doesborchsche mate an Jonker Schaep end 4 1/2 sch. an. vrouw Heyendaels.
Bouman betaelt den uytganck.
Aantal stemmen in de Marke:
1 waar (1553, 1643)
1 stem (1810 als Enink, 1820 als Enink, 1822 als Eenink, 1858 als Enink)
Broodlevering: Rust de plicht op om 1 brood te leveren bij de Muldersfluite
De oorspronkelijke boerderij lag aan de tegenoverliggende Velswijkweg tussen "Lebbink" en de molen. Nadat deze boerderij getroffen werd door blikseminslag en brand tot gevolg had, in 1929, werd hij weer opgebouwd aan de tegenoverliggende Wisselinkweg.
In de weilanden bij het huidige Eenink en rondom het huis zijn in de jaren voor 1940, in het kader van werkverschaffing, zandafgravingen gedaan. Hierbij viel op:
1e dat de grond tot op grote diepte zwart was.
2e. Dat er op een plaats zwarte "pijpen" opgegraven zijn, die volgens Dr. Westerbeek van Eerten uit Hummelo, welke ter plaatse ontboden was, afkomstig konden zijn van verbrande menselijke resten uit een soort masssagraf.
De verhalen gaan dat deze grond in gebruik zou zijn geweest als een kloostertuin waarin mogelijk mensen terechtgesteld zouden zijn. Op oude kaarten is een bijzondere heggen structuur op deze kavel te zien.
In deze weide heeft de heer Boenink een munt opgegraven Anno 1706 en een 5 cm hoog stenen vaasje met een donkere bronskleur.
|
De Kozakkenwinter in Zelhem, door Bennie Eenink Het voorval speelde zich af tijdens de zogenoemde Kozakkenwinter (1813–1814) en wordt al bijna twee eeuwen van generatie op generatie doorverteld. Het voorval met de Kozakken moet zich hebben afgespeeld op erve Eenink in Velswijk. De plek waar deze boerderij heeft gestaan, na 50 m rechts aan de Velswijkweg als u van de Wisselinkweg komt, is tegenwoordig nauwelijks als zodanig te herkennen. Tot voor enkele jaren lag er nog een driehoekig weitje, dat was de plek. In menig boek met verhalen over de Achterhoek in vroeger dagen worden wel een paar regels of meer gewijd aan de Kozakkenwinter. In deze strenge winter van 1813-1814 werden Keizer Napoleon en zijn bezetters verdreven uit ons land door een samenwerking van Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Een bevrijding die heel anders verliep dan in 1945. Toen brachten de geallieerden zelf al hun voorzieningen mee. In 1813-1814 was dat nauwelijks mogelijk. De bevrijders leefden op kosten van de plaatselijke bevolking, goedschiks of kwaadschiks. In de praktijk kwam er dat op neer dat er met regelmaat fors werd geplunderd. Niet zo verwonderlijk als we weten dat op een gegeven ogenblik in Aalten op een bevolking van 5800 zielen zo’n 9000 soldaten waren ingekwartierd. De kozakken wisten natuurlijk heel goed dat het voor de boeren tijd was om te slachten. En daar maakten ze graag gebruik of beter gezegd misbruik van. Van hun kant bekeken natuurlijk begrijpelijk, als je zelf nauwelijks voorzieningen bij je hebt is het heel aantrekkelijk om verse slachtproducten, van worst tot spek bij de boeren te halen. Dat de boeren wat anders dachten over de strooptochten van de Kozakken is natuurlijk ook begrijpelijk. Volgens het verhaal van mijn opa dreigde ook onze familie het slachtoffer te worden van de Kozakken. Uit angst voor de Kozakken was het slachten steeds maar weer uitgesteld maar uiteindelijk was alles op en moest het varken er dan toch maar aan geloven. Het leek allemaal goed te gaan, het was weliswaar bar slecht weer, het vroor dat het kraakte en er lag een behoorlijk pak sneeuw, maar misschien was dat juist gunstig. Mogelijk dat de Kozakken er dan niet op uit zouden trekken. De slacht verliep voorspoedig en zo stond het varken in de loop van de dag op de ladder. Voor degenen die niet weten hoe dat allemaal ging: het varken werd aan de buikzijde over de volle lengte open gezaagd, de ingewanden werden verwijderd en vervolgens werd het varken opengeklapt en tegen een ladder gebonden. De tweede dag werd het spek en vlees verder verwerkt. Op die tweede dag ging het mis. Al vroeg werd in de buurtschap het bericht doorgegeven dat er een aantal Kozakken waren gesignaleerd. Wat nu, waar laat je zo’n varken met ladder? Verstoppen onder hooi en stro was geen goede oplossing. De Kozakken wisten ook wel dat dit een veel gebruikte truc was en als ze al niet zelf aan verdachte hopen hooi en stro begonnen te trekken lieten ze onder bedreiging de boer en zijn gezin het hooi wel verplaatsen. Bij de oplossing die uiteindelijk werd bedacht speelde het slechte weer een onmisbare rol. Een eindje van de boerderij aan de rand van de weide lag een drinkkolk voor het vee. Die kolk stond vol water, er zat een dikke ijslaag op en daar lag weer sneeuw op. De sneeuw werd aan de kant geveegd, er werd een groot gat in het ijs gehakt en daar werd het varken met ladder en al onder geschoven. Het werd nog weer wat gecamoufleerd met sneeuw en toen was het afwachten. Uren later kwamen een aantal Kozakken die wat door de boerderij struinden, met hun lange lansen in het hooi porden en vervolgens onverrichter zake weer afdropen waarna het varken weer te voorschijn werd gehaald. |