1822 Kadastrale kaart.
|
|
|
wed. M. Kramp ( van H. Haank ) |
|||||||||||
|
1851-1860: |
A56 |
wed. M. Kramp ( v. H. Haank ) † 1861 |
|||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||
|
1871-1880: |
A81 |
Johanna Radstake |
|
1881-1900: |
A80 A80 A80 |
Reind Wentink* Hummelo 1814 komt van A81 |
|
1896: |
bouw nieuw armenhuis |
Evert Tieltjes * 1833 Gendringen en Jantje Bloemendaal* 11-9-1845 Zelhem, (beheerders van 1896-11-12-1905) Wed. Harmina Bel ( van Gradus Bloemendal) * Zelhem 1821, ovl. 1898 in huis 80, moeder van J. Bloemendal Lenselink dochter uit de Velswijk Echtpaar Krassenberg uit de Heurne tegen Ruurlo, komen 1900 |
|||||
|
1901-1924: |
A142- A142-A177 A142-A177-A212 |
Reind Wentink Mw. Radstake Echtpaar A.Zeevalking Molenkamp, Bernard komt in 1916 Kranen, Hennie, komt in 1914 |
|||||
|
1925-1939: |
A212-A275-A329 |
J. Roenhorst en H. W. Mijnen, beheerders Armenhuis/Rusthuis, Diaconiehuis vanaf 1931 |
|||||
|
1940-1964: |
A329 |
J. Roenhorst en H. W. Mijnen, beheerders Rusthuis/ Diaconiehuis tot 1-4-1946 Beheerdersechtpaar vanaf 1-4-1946 tot 1958; Han * 1941, Bertus Hendrik * 1942, Willy *1944, Henk* 1946, Herman* 1950 Bruil, Jo Dhr. Reindsen Wielheesen, Derk Dhr. Wassink Starink, Hendrikus of Hendrik Bolsenbroek, Lenie Echtpaar Jansen In 1958 verhuizing bewoners naar Dennenlust tot 1967 Zonnekamp 1 Fam. W. Roenhorst blijven wonen Cafetaria en oefenruimte jeugdkorps Pr. Juliana tot sloop 1964 |
|||||
|
1964-0000: |
Weverstraat 5 |
Afbraak voormalig Armenhuis in 1964 en bouwrijp maken voor woningbouw Goudsbloemstraat 1-11 |
|||||
Boerderij en Veldnamen Zelhem: (1998) blz. 93 kaart 17
De zes bejaardenwoningen aan de Weverstraat, die geschikt waren om door 10 personen te worden bewoond, waren eigendom van de diaconie. Ze werden omstreeks 1783 gebouwd nadat in 1782 de oude armenhuisvoorzieningen waren afgebrand. Over deze oude voorzieningen is verder niets bekend, ook niet op welke plek ze hebben gestaan. Toen het nieuwe armenhuis in 1896/1898 klaar was werden de oude woningen afgebroken en werd op die plek een schuur gebouwd.
Bij de nieuwe woningen stond een pomp waaraan de bewoners zich konden wassen en die hen tevens van water moest voorzien. De indeling van de huisjes was heel eenvoudig: een keuken die tevens dienst deed als woonkamer en een alkoof waarin een vast getimmerd ledikant stond met nog wat ruimte voor twee stoelen. Daarachter was een kleine ruimte met een geitenstal die tevens dienst deeds als toilet. Verder was er in die ruimte nog wat plaats voor gereedschap.
Bij deze woningen stond een grote open schuur, de zijkanten met regels dichtgetimmerd, waarin in de winter door de diaconie een grote hoeveelheid takkenbossen werd opgeslagen. Zaterdagsmorgens kwam een diaken en elk gezin kreeg zes takkenbossen, een stuk spek en 75 cent. Met dit hout moest de kachel gestookt worden waarop het eten gekookt werd en natuurlijk voor de verwarming van het huisje moest zorgen. De bewoner moesten proberen van de 75 cent te sparen voor een mud kolen, deze koste in die tijd ook 75 cent. Dat ze het niet al te best hadden bleek wel uit hun grote dankbaarheid wanneer vanuit het dorp restanten van een feestmaaltijd werden bezorgd.
Volgens het "armenreckenboek" van Zelhem, aangelegd in 1645, aangevuld en voortgezet tot en met 1795, inv. nr. 35 van de N.H.kerk te Zelhem, is op pag. 130.01 beschreven: "Grietjen Willink, weduwe van Arent Bennink heeft bij haar uyterste wille uyt liefde tot den armen alhier gelegateert en gemaakt aan de armen van Zelhem de somma van vijftig gulden, zegge f 50,- welke somma door haar zoon Jan Bennink als erfnijter zijn voldaan en betaalt, en door den boekhouder Henricus Aalderink ontfangen soo dat dese beloofde gifte is voldaan en betaalt. Actum Zelhem den 13 April 1729"
In het in 1896 gebouwde armenhuis van de H.H. Diaconie waren de hygiënische omstandigheden naar tegenwoordige begrippen niet erg best, maar het was voor die tijd een hele verbetering als dat vergeleken werd met de oude bejaardenhuisjes. Het metselwerk is gedaan voor 379 gulden en timmerman J. Bel vraagt 129 gulden voor zijn werk. De stenen, het hout en overige materiaal kopen de diaken zelf, zodat het armenhuis uiteindelijk 1.514 gulden heeft gekost. Het meet 20 x 10 m. met daarachter een los boerderijgedeelte, later met het huis verbonden door een gang. Voor het armenhuis worden 12 bedden, 12 stoelen, een grote tafel, een kachel, een fornuis, beddengoed, enz gekocht.
Het armenhuis bood in eerste instantie huisvesting aan bewoners, meestal oudere mensen, zonder kinderen die ondanks hard werken niet voor hun oude dag hebben kunnen sparen. Of ze hebben hun huisje moeten verlaten omdat ze de huur niet meer konden opbrengen. Voordat men zijn intrek kon nemen in het armenhuis moesten alle persoonlijke bezittingen verkocht worden.
Het gebouw was als volgt ingedeeld bij de ingang lag links de keuken rechts de privé kamer voor zoals ze door de bewoners werden genoemd vader en moeder van het huis. De gang kwam uit in een grote zaal die gebruikt werd voor zit en eetruimte. In verlengde van de gang lag aan de linkerzijde twee slaapzalen voor de mannen, één met zes en de ander met 3 bedden, en rechts voor de vrouwen. En aan het einde nog een vertrek voor een echtpaar. Achter het huis stond een houten schuur met stalling voor de 2 koeien en hokken voor de 5 varkens. En een deel waar gedorst kon worden. Voorin de schuur was een waskamer waar de bewoners zich konden wassen, maar waar moeder ook de was deed. Vader zorgde voor de goede orde in het huis en had tevens de leiding over de boerderij, de bewoners hielpen bij al voorkomende werkzaamheden. Moeder zorgde voor het eten, het verstelwerk de grote was en hield de boel schoon, ook geholpen door de bewoners. Voor de verzorgers was het een zware taak vooral bij ziekte als een bewonerhulpbehoevend werd, zij stond er dan dag en nacht voor klaar. De laatste beheerders van het armenhuis was het echtpaar Roenhorst die de taak weer van hun ouders hebben overgenomen, deze hebben het werk in totaal 40 jaar gedaan.
Vaders en moeders
Evert Tieltjes en Jantjen Bloemendal, 1896 tot 11-12-1905.
Derk Buunk en Aaltjen Vels met hun twee kinderen van 1-1-1906 tot 17-5-1908.
Garrit Jansen en Willemina Eelderink met hun vijf kinderen van 26-5-1908 tot begin 1912.
Weduwe Jantje Tieltjes-Bloemendal van 29-2-1912 tot begin 1916.
Hendrik Mos en Annigje Maat. Zij komen uit Hasselt van 15-12-1916 tot 8-5-1920.
Johan Roenhorst en Hendrika Willemina Mijne en hun twee kinderen van 1-5-1920 tot 31-3-1946.
Willem Roenhorst en Johanna Holmer met hun vijf kinderen van 1-4-1946 tot ca. juni 1958.
|
Bejaardenhuis Dennenlust Werd in 1936 nog gesproken over opheffing, in 1954 spreekt men over verbouwen en zelfs nieuwbouw en dat geeft onrust bij de bewoners. De classis heeft over de rusthuizen een rapport opgesteld en wat Zelhem betreft spreekt men vooral over de financiële resultaten. Maar dat komt vaker voor zegt voorzitter diaken Klein Wassink. Hij is niet te spreken over het rapport maar ze nemen het wel serieus. Het spijt de diakenen dat ze de Maccabae, toen die enkele jaren terug te koop stond, niet hebben aangekocht. In 1955 vindt het eerste gesprek plaats over een nieuw bejaardentehuis voor zo’n 50 bewoners. Het armenhuis aan de Weverstraat wordt in 1964 afgebroken. Het Hervormde Bejaardencentrum De Zonnekamp wordt in 1967 in gebruik genomen. |
De Weverstraat begon aanvankelijk bij de Markt te lopen naar de Bergstraat. Het eerste gedeelte van de Weverstraat is Hengeloseweg geworden tot huisnummer 12a, het laatste gedeelte Goudsbloemstraat bij de bouw van de Bloemenwijk en aanpassing van de nieuwe wegen.