|
Aan dit artikel van de Stichting Oud zelhem werkten mee: |
|
|
G.J. Weenk: |
bevolkingsregister. |
|
R.J.J. Weetink: |
genealogie en oude geschriften |
|
Elly en Harry Somsen: |
kadaster en huisnummers ©www.oudzelhem.eu |
|
Bronnen: |
Boerderij- en Veldnamen in Zelhem (1998) |
Anton en Annie Maalderink
HooienVanaf 1975 werden uit allerlei geledingen mensen gevraagd om in de voorbereidingscommissie te gaan zitten. Er werden huiskamerbijeenkomsten georganiseerd om de mensen aan het idee te laten wennen. Ik had het er ook vreselijk moeilijk mee. Hun voorstel was om een perceel te accepteren van zo’n tien, twaalf hectare met middenop zo’n vijftien elzen. Nou dat wilde ik niet. Na tien, twaalf jaar zijn dat oude bomen met wijde takken en geen mooiigheid meer aan. Bovendien wilde ik het in één geheel van alle kanten kunnen bewerken. Maar de gemeente wilde groen. Dus hadden we een probleem. Na een paar dagen piekeren kwam ik met het voorstel om langs de weg tot aan Broek een singel te maken, een rij elzen met daarachter stuikgewas ter compensatie. Ik heb de gemeente gebeld en die gingen akkoord. De buurman zat met hetzelfde probleem, en zoals dat gaat met boeren onder elkaar: je vertelt elkaar alles, dus ook hier. Hij deed een gelijk verzoek en ook dat is goed gekomen.
MelkenVroeger hield je buurtvisite. Dat gebeurde over het algemeen in de eerste drie maanden van het jaar. Na Nieuwjaar ging je de buren goed nieuwjaar wensen en dan ging je met een boerderij of zes , zeven bij elkaar op bezoek, zo om de week of veertien dagen. En soms zaten er ook wel drie of vier weken tussen. Zo gemiddeld twee keer in de maand. Eerst kreeg je dan koffie met krentenwegge en als dat op was een borreltje, en de dames een schilletje (citroenbrandewijn) of anisette of iets fris. Als de borrel op was, gingen de boeren naar de deel om het vee te bekijken. Bij iedere koe was ook wel een verhaal. Gekalfd ja of nee, hoeveelheid melk en ga zo maar door. Daarna door naar de varkens. Sommigen hadden alleen mestvarkens, anderen alleen zeugen. Eenmaal terug in de kamer stond de koffie weer klaar met het brood. Het begon allemaal rond zeven uur en om half tien was het weer afgelopen. Voor sommigen was dat al laat, want die moesten om vijf uur op om de koeien te melken. In die tijd werden de bussen melk elke morgen opgehaald en naar de zuivelfabriek gebracht. Dus hoe verder de boer van de fabriek af woonde, hoe eerder de melkboer eraan kwam. En hoe eerder er gemolken moest worden.
Schovenbinden
GrupstalVroeger werd er aan huis geslacht. Dan kwam de slager slachten op de deel. Dat was vooral hard werken. Maar voordat-ie kwam, moest er warm water zijn en dat werd gekookt in de fornuispot. Dat is een grote pot, of eigenlijk twee, een binnen- en een buitenpot waar 50, 100 of 150 liter in kon. De buitenpot stond op vier poten en had een asla en een gietijzeren deurtje. Hierin werd het vuur gestookt met takkenbossen. In de binnenpot werd het voer voor de varkens gekookt en ook wel de was gekookt. Heet water was nodig om met een krabber de haren van het varken af te krijgen, broeien noem je dat.Als het varken schoongekrabd was, werd-ie op de grond gelegd met een ladder ernaast. Dan deed je de achterpoten uit elkaar, want die kwamen aan het hanghout en dan sneed de slachter het varken doormidden en dan hield je er een teil onder om de ingewanden op te vangen. Dan werden de darmen schoongemaakt en later weer gebruikt voor de worst. Dat gaf een heel weeïge lucht. Ja, het hele huis stonk ernaar. En het was vooral hard werken. Als alles klaar was, kwam er vaak wel nog de zogenaamde slachtvisite.