AMERIKAANSE PILOOT LAND TE HALLE.

door: Bert Schieven.

Het zal circa 2012 zijn geweest dat ik in gesprek kwam met Jan ter Maat uit Halle. Hij vertelde mij dat hij als klein kind, een Geallieerde piloot uit een brandend toestel had zien springen. Deze piloot hoog in de lucht aan een grote parachute maakte op Jan een onuitwisbare indruk. En mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Het zou echter tot november 2017 duren voor het mij lukte om een zoon van deze bewuste piloot op te sporen. Hij was bereid om mij het levensverhaal van zijn vader te vertellen. Jammer genoeg  komt dit verhaal te laat voor Jan te Maat, hij is helaas op 27 april 2017 overleden.

Edward Forrest

De piloot in kwestie was Edward Carroll Forrest, hij was geboren op 18 april 1915 te Sturgis een kleine plaats in de staat Michigan USA.

Zijn ouders waren Edward KendalForrest en OraForrest-Farrow.

Hoewel Edward. C. Forrest een pientere knaap was zat een studie er voor hem niet in. Omdat in 1919 zijn vader reeds was overleden stond zijn moeder er alleen voor, en een studie voor haar zoon was  financieel gewoonweg niet op te brengen. Na zijn jaren op de locale lagere school moest Edward gewoon aan het werk om het broodnodige geld binnen te brengen. Hij werkte hoofdzakelijk als losse kracht bij boerderijen en bedrijven in de omgeving.

 


Circa 1939 trouwde hij, uit dit huwelijk werd op 1 mei 1942 het dochtertje Jean Ann geboren. Bijna direct hierna pleegde zijn vrouw zelfmoord, en werd het dochtertje opgevangen door zijn moeder en oudere zuster.

In de Amerikaanse luchtmacht.

Net voorafgaande aan deze tragedie had Edward op 13 april 1943 dienst genomen in de Amerikaanse luchtmacht. Voor een groot gedeelte was hij tot deze stap gekomen om meer financiële zekerheid te hebben, een gegeven dat na de zelfmoord van zijn vrouw alleen maar meer van kracht was.

Nadat hij was toegetreden tot de Amerikaanse luchtmacht kon hij voor het eerst van zijn leven serieus studeren, hij volgde de opleiding tot officier.

Nadat hij deze studie succesvol had afgerond was hij tweede Luitenant en werd hij in augustus 1942 overgeplaatst naar Army Air Base Dalhart in Texas.

Hier kreeg hij zijn opleiding tot piloot op een B17 bommenwerper.

Nadat hij ook deze opleiding succesvol had afgerond werd hij als gekwalificeerd piloot geplaatst bij een provisional Group ( tijdelijke eenheid ) de bemanning van zijn toestel werd onder crewnummer 82 ingedeeld bij deze tijdelijke eenheid. Bijzonder detail in deze is dat toen reeds acht van de tien bemanningsleden dezelfden waren als tijdens hun laatste vlucht.

Deze bemanning bleef gedurende de verdere opleiding grotendeels bij elkaar.

Vanuit Texas werden ze via een luchtmachtbasis in Oklahoma naar een basis in Nebraska overgeplaatst. Hier werd de bemanning definitief ingedeeld bij 305th Bombinggroup/364 Bombingsquadron. Deze 305th Bombinggroup was gedurende de maand oktober 1942 overgevlogen naar Engeland, waar ze per 11 December 1942 gestationeerd werden op Air Base Chelveston, waar de eenheid tot oorlogseinde zou blijven. Edward Forrest werd samen met zijn bemanning op 15 januari 1943 overgevlogen naar Engeland. Waar ook zij op vliegbasis Chelveston werden geplaatst, ze kregen hier een vliegtuig van het type Boeing B17-G ( vliegend fort ) toegewezen. Dit vliegtuig had het serienummer 42-31602 en als rompcode WF-N. Vanaf Chelveston werden diverse bombardements vluchten naar het vaste land van Europa ondernomen. Waarbij de bemanningen nog wel eens door elkaar gehusseld werden. Zo was bijvoorbeeld op hun laatste vlucht co-piloot Richard Lamie bezig met zesde missie, terwijl de piloot Edward Forrest aan zijn achtste missie bezig was.

De laatste bombardements vlucht.

De laatste missie van Edward Forrest en zijn bemanning vond plaats op 23 maart 1944. Ze waren die morgen vanaf Chelveston opgestegen voor een aanval op de Duitse stad Münster. In totaal nemen 524 B-17 en 244 B-24 deel aan deze aanvalsvlucht. Veel bommenwerpers gaan tijdens deze vlucht verloren waaronder het toestel van Edward Forrest. Vanwege het slechte weer was een groot gedeelte van de toestellen waaronder hun uitgeweken naar doelen van de tweede keuze, in de regio Münster.

Tijdens het aanvliegen van hun doel, net voor ze hun bommen zouden droppen werden ze vol geraakt door de Duitse luchtdoelartillerie ( Flak ). Forster gaf opdracht om de bommenlast te droppen en keerde zo snel mogelijk om.

Hij wilde in ieder geval proberen om Engeland te bereiken. Ze waren echter nog maar vijftien minuten op de terugweg toen duidelijk werd dat dit absoluut niet ging lukken. Forster gaf hierop het commando aan alle bemanningsleden om het toestel te verlaten, hij zou het toestel zo lang besturen tot dat iedereen gesprongen was. De eerste die springt is staartschutter Earl Royer, hij werd in de buurt van Bocholt gearresteerd. Radiotelegrafist Donald Kosich, buikkoepelschutter Joe Rushing, rechter zijschutter William Stoner en linker zijschutter William Kurtz werden in de buurt van Silvolde gearresteerd.Tussen Silvolde en Halle sprongen vervolgens bommenrichter Robert Donovan, navigator William Weaks, rugkoepelschutter Robert Sandusky en co-piloot Richard Lamie, Donovan en Weaks wisten in eerste instantie weg te komen maar werden uiteindelijk in België gearresteerd. Lamie en Sandysky kwamen in eerste instantie in Aalten terecht. Zij wisten wel uit handen van de Duitsers te blijven en werdenuiteindelijk in België bevrijd. Nu het vliegtuig verder verlaten is besluit ook Forster te springen, de bommenwerper vloog nu onbemand verder en crashte om 11.45 uur net buiten de kom van Zelhem, in open terrein langs de Bielemansdijk.

De landing te Halle.

Zoals reeds vermeld verliet als laatste Edward Forrest het vliegtuig. Zijn parachute opende zich zonder problemen, dit alles werd door Jan ter Maat als klein kind gade geslagen. Forrest  maakte een geslaagde landing en hij komt neer op een stuk grond de Korte Vore genaamd ( vanuit Zelhem gezien net voor Halle rechts ). Hij verstopt zijn parachute in een naastgelegen houtwal en rent dan over de Halseweg langs de begraafplaats richting Aaltenseweg. In eerste instantie verstopt Forrest zich in een sloot achter de boerderij van ter Maat.

Maar toen hij in de gaten kreeg dat hij was gezien door moeder ter Maat en de kleine Jan rende hij verder, de Aaltenseweg over en verstopte zich daar opnieuw in een sloot. Dat zag ook evacué Cornelissen ( uit Arnhem ) die onderdak had gevonden  op de nabij gelegen boerderij “de Paus” aan de Zanddijk. Deze Cornelissen sprak Engels en ging naar Forrest toe, hij nam hem mee naar de boerderij en verstopte hem daar onder een hoop takkenbossen. Ze spraken af dat Cornelissen s’avonds Forster verder zou helpen richting Mariënvelde. Zover kwam het niet meer, er waren reeds veel te veel mensen die iets gezien hadden en zo werd het voorval ook vrij snel bij de Duitsers bekend. Niet lang hierna kwam een groep Duitse soldaten bij “de Paus” om Forrest te arresteren. Hij gaf zich zonder verzet over en werd vervolgens door de Duitsers ondervraagd, hij gaf tijdens deze ondervraging nog een verkeerde locatie op waar hij zijn parachute verstopt had. De Duitsers zochten er nog een tijdlang vergeefs naar. De parachute is later door Hallenaren opgegraven, en van de stof is kleding gemaakt.

In gevangenschap.

Forrest werd in eerste instantie naar de Ortskommandantur te Doetinchem gebracht, en zou volgens zijn zoon ook nog in Arnhem geweest zijn?

Wat wel zeker is dat hij uiteindelijk in het kamp Stalag ( Stamm Lager ) Luft 1 terecht komt. Dit kamp lag dicht bij de plaats Barth Vogelsang in het noorden van Duitsland aan de Baltische Zee. Hij werd in de Zuidelijke afdeling van het kamp geplaatst samen met Rushing. Ook de andere gevangen genomen bemanningsleden kwamen na verloop van tijd in dit kamp terecht.

Hij werd uiteindelijk in de nacht van 30 April 1945 in dit kamp door Russische troepen bevrijd. In eerste instantie werd hij naar een opvangkamp te Le Havre in Frankrijk gebracht, vanwaar hij per schip naar de USA werd gebracht.

Zijn familie was pas sinds kort in zekerheid dat hij nog leefde, wel had Richard Lamie de ontsnapte co-piloot uit het vliegtuig, op 17 oktober 1944 een brief naar de familie Forrest gestuurd maar omdat hij voor Forrest was gesprongen wist ook hij eigenlijk niets zeker. Groot was dan ook de opluchting toen Edward in het voorjaar van 1945 eindelijk weer behouden thuis aankwam.

Na de oorlog.

Edward pakte zo snel mogelijk de draad weer op. Hij vond een baan bij de Amerikaanse post. En trad op 23 November 1946 weer in het huwelijk met de weduwe Martha. L. Muntzte, Three Rivers in Michigan. Zij had uit haar vorige huwelijk twee kinderen, een zoon en een dochter, die beiden officieel geadopteerd werden door Edward Forrest.

De zoon uit het vorige huwelijk van Martha Muntz heeft mij het gehele verhaal verteld.

In 1972 ging Edward Forrest met pensioen hij was toen Post Master in de plaats Quincy te Michigan.

Nadat op 11 Juni 1990  Martha Muntz is overleden,  huwde Edward op 23 oktober 1990 met Lenore. E. Free.                                                                

Edward Forrest is op Dinsdag 24 Juni 2003 overleden in het Veterans Affairs Medical Centre te Battle Creek Michigan.

Op Zaterdag 28 Juni 2003 werd hij met militaire eer begraven op het Oak Lawn Cemetery te Sturgis Michigan USA.

Oak Lawn Cemetery Battle Creek

Bronnen:

Jan ter Maat “op Wolsink” Halle.

Boek voor altijd 21 van Jan Oonk en SandrinaHarderingh.

En het verhaal van de zoon van Edward Forrest, die niet bij naam genoemd wenste te worden.


 
Hieronder een link naar het verhaal over het kamp Stalag Luft 1, waar Edward Forres gevangen heeft gezeten

Het_krijgsgevangenkamp_Stalag_Luft_Bankau.pdf